102
Q.S Jona (10:102)
فَهَلْ يَنْتَظِرُوْنَ اِلَّا مِثْلَ اَيَّامِ الَّذِيْنَ خَلَوْا مِنْ قَبْلِهِمْۗ قُلْ فَانْتَظِرُوْٓا اِنِّيْ مَعَكُمْ مِّنَ الْمُنْتَظِرِيْنَ
fahal yantaẓirūna illā miṡla ayyāmil-lażīna khalau min qablihim, qul fantaẓirū innī ma‘akum minal-muntaẓirīn(a).
Zij wachten dus niet anders dan (de komst van) dagen zoals die voor hen zijn voorbijgegaan. Zeg: Wacht dan want ik ben met jullie en ik behoor ook tot degenen die wachten.